Denk

rodin
Auguste Rodin exposeert in het Groninger Museum en daar komen heel veel mensen naar kijken. De mensen komen kijken naar zijn werk, want Rodin zelf is al weer een tijdje dood (1917). Rodin was, Franse beeldhouwer, een nogal eigenzinnige kerel.

Hij maakte onder meer De Denker, dat is zijn meest bekende beeld. De Denker is een zittende, blote en heel sterke man,. Als je naar hem kijkt, naar hoe hij daar zo peinzend zit, dan zie hem echt denken. Maar ik denk zelf dat dat vooral komt omdat we weten dat dit kunstwerk De Denker heet. Had Rodin dit werk De Prutser genoemd, de looser, dan hadden we dat erin gezien. Of De Verliezer. De Verdrietige. De PvdA. De Teleurgestelde. De tot inkeer komende.
 Net zo makkelijk.

Voor Rodin had dat - denk ik - ook geen donder uitgemaakt. Ergens staat dat hij niet veel waarde hechtte aan de naamgeving van zijn werken.

Wat je ook leert als je naar het Groninger Museum gaat is dat Rodin heel erg bezig was met het lichaam van de mens. Dat moest perfect. Tegelijkertijd wilde hij laten zien hoe zijn werk tot stand kwam: het werkproces. Auguste knutselde wel eens een beeld in elkaar zonder armen. Dat vond hij best. Het gebeurde ook wel dat hij een arm van een oud beeld zaagde en die dan aan een nieuwe werk plakte. Wist hij ook veel dat hij later in het Groninger Museum te zien zou zijn.

Ik vond het een heel mooie tentoonstelling. Zo eentje die ook erg de moeite waard is als je het niet zo hebt met beelden.

Tussen het kijken naar de werken door ving ik een gesprekje op van twee dames van respectabele leeftijd. De een vond het prachtig. De andere ook, maar zij had wel een punt van kritiek. Dat het museum ook beelden tentoonstelde die nog niet af waren, vond ze ongehoord. Ze murmelde: ‘Zo slordig van ’t museum.’

Ik wilde zeggen, maar mevrouw, wat u ziet is de schoonheid van het werkproces. Maar net toen ik dat wilde zeggen, dacht ik.

rob zijlstra

Jazz

Jazz blijft

alto-1

 

Ik was eerder een nieuwsgierige jongen uit Delfzijl die vaak naar Groningen lifte, vaak met Joop, om bij Hemmes in de Steentilstraat en later soms ook bij Swingmaster aan de Kruidlaan muziek te luisteren en lp’s te kopen.

Jazz.

Op een zaterdagmiddag snuffelde ik door de bakken met platen bij ‘swingmaster’ Sem.
 Er was daar zo ontzettend veel en nu ik er aan denk ruik ik weer de geur van ik denk het karton waar al die mooie platen inzaten. Ik had maar weinig geld voor eentje. Toen kwam er een man binnen, een man met aan zijn zijde een duistere vrouw. Zij volgde hem, in die volgorde.

De man droeg een zwart pak en op zijn hoofd stond een hoed, de vrouw was, toen ze haar jas uittrok, bloterig en had lange benen. Zoiets had ik nog nooit eerder gezien. Zij was veel jonger dan hij.

De man ging ook snuffelen in de bakken met platen.
 En hij praatte.
 Dat vooral.

Eerst dacht ik dat hij sprak tegen haar, maar zij was nergens te zien. De man praatte luid. De man praatte veel. De man praatte tegen niemand, maar wel heel de ruimte vol. Hij zei dat vrouwen en jazz niet samengaan. Dat jazz voor mannen is. Daar had ik nog nooit over nagedacht.

De man zei dat vrouwen van melodieuze muziek houden. En dat is dus niet jazz. Vrouwen kunnen jazz niet aan, zei hij. Jazz is te gecompliceerd, te niet gestructureerd voor ze. Te confronterend.  Daarom, ratelde luidruchtige de man met de hoed, zie je zelden vrouwen in jazzplatenzaken.

Dat kon ik wel beamen, ik zag haar nog steeds nergens.

Die middag ging ik weg met een plaat van Gene Ammons. Niet lang daarna kwam ik erachter wie de man was. Het was Jules A. Deelder.

Jazz is. Jazz leeft. Gebeurt. Beweegt. Jazz neemt. Jazz geeft. Jazz weet. Jazz spreekt. Jazz doet. Jazz laat. Jazz komt. Jazz gaat. Uniek. Muziek. Van vlees en bloed. Jazz waagt. Jazz wint. Breekt baan…

Dat was toen, ik werkte nog niet eens bij de krant. De jazz is gebleven. Ik heb zelfs later cd’s van Deelder gekocht. Deelder draait en Deelder draait door.
 En ook een paar bundels.

Jazz moet. Jazz rookt. Jazz jaagt. Is eigen baas…

Donderavond stapte ik jazzcafé Alto binnen. Kleine Kromme Elleboog, Groningen. Op drums Jelle Douma. Bert van Erk, contrabas, lang leve Bert van Erk. Tenorsax: Will Jasper.

Jazz ademt. Zweet. Jazz fluistert. Schreeuwt. Ontmaskert. Snijdt. Jazz glijdt. Jazz sluipt. Jazz slijpt. Jazz spuit…

Hans Bosch was er, van Jumping the Blues, van Baritone Madness.
 Oud-collega Ans. En Paul zonder Andre. Er was bier. Ik luisterde. Ik vereende, verzoende, begeesterde… Ik groeide, bloeide en blaakte. Jazz blijkt…

Ik vernam dat jazzcafé Alto binnenkort de deuren moet sluiten. In maart 2017. Het café moet plaatsmaken. Het wordt gesloopt. Er komen appartementen vanwege het geld. De vaste bezoekers wisten dit al. Zij hebben zich er bij neergelegd, zo begreep ik.

Ik vind het jammer, maar kwam er te weinig voor recht van spreken. Ik vind het desondanks jammer dat de jazz uit de Kleine Kromme Elleboog moet wijken voor lelijke appartementen, voor stom geld. Ik wil dat ook niet snappen. Goed, ik snapte Deelder toen die zaterdagmiddag in Swingmaster ook niet, maar onderschrijf nu wel wat hij later schreef, vooral die laatste twee woorden.

Jazz vraagt. Jazz raakt. Verlost. Verbaast. Viert feest. Verklaart. Is bitter. Zoet. Is hot. Is cool. Jazz ijlt. Vooruit. Voorbij. Ver weg. Dichtbij. Paraat. Bereid. Op weg. Altijd. Jazz was. Jazz is. Jazz blijft.

De vraag is wel: maar waar blijft zij dan?

Rob Zijlstra
geluid: https://youtu.be/s1v06S8lve8
tekst terzijde: Jules A. Deelder - Intro, de Bezige Bij, 1992, Amsterdam

Eric

herfst

Het is nog maar net oktober, oktober 2016.

Ik liep voor de zoveelste keer naar mijn werk.
 Ik werk in het gerechtsgebouw van Groningen waar ik al 12 jaar een paar keer per week als een stamgast naar binnen ga.
Anders dan andere bezoekers hoef ik niet door de veiligheidsscan.
 De auto parkeer ik in de garage onder de Ossenmarkt.
 Ik heb al 12 jaar een abonnement op de parkeergarage. 
Het abonnement staat op naam van de hoofdredactie van de krant vanwege de belastingen of zoiets.

Ik ga naar de rechtbank om stukjes te schrijven.
Content heet dat tegenwoordig.
Het is nog maar net oktober, oktober 2016 en er liggen al herfstbladeren op de Ossenmarkt.
Dat komt misschien wel door de digitalisering die de rechtbank doorvoert ten koste van arbeidsplaatsen.
Digitalisering betekent dat wordt afgerekend met papier ten behoeve van de bomen en bladeren. 
Dat is beter voor het milieu, maar het is tegen mensen die 's ochtends voor de zoveelste keer naar hun werk gaan.

Het is ook de dag dat het 48 jaar geleden is dat mijn broertje werd geboren.
Dat gebeurde op 2 oktober 1968 in Harlingen.
Achttien dagen nadat hij tot leven was gekomen ging Eric dood.
Het is niet waar dat ik daar vaak zoals dagelijks bij stilsta
Maar soms, zoals nu, gewoon even wel.

En dan vraag ik mij af,
wat hij bijvoorbeeld vandaag had gedaan, op een zoveelste dag?
Wie hij was, zo zijn?
En of we op elkaar hadden geleken.

robz



 

Lees verder Eric

Rood

Schermafbeelding 2016-09-18 om 01.25.46

Ik fietste en zag al rijdende een veld vol gele bloemen.
 De lucht was de hele tijd al blauw.
 Ik dacht, die gele bloemen geven helemaal niet om blauw of om welke kleur dan ook.
 Het lijkt leuk, maar daarmee is het wel gezegd.
 Bloemen zijn zichzelf.

Alleen wij mensen, altijd zoekend naar samenhang, vinden zoiets leuk.
 Gele bloemen tegen zo'n hemelsblauwe achtergrond.
 Maar de lucht is natuurlijk geen decoratie.
 Zoals de natuur geen theater is.

Maar echt.

Groen

rood

In Broek hield de bioboerengeitenboerderij een open dag. Voor de gelegenheid was er een winkeltje geopend met bioboerengeitenproducten. Zoals softijs.

In de nieuwe winkel werkt Ellen. Zij kan enthousiast vertellen over geitenkaas en de makerij. Ellen denkt dat wij allen uiteindelijk - dus op de langere termijn - niet om bio heen kunnen. Alleen, en dat is de pest, hebben we dat nu, op de korte termijn, nog niet in de gaten.

Ik denk net zoals Ellen.

Verder is het zo dat Broek op de rand van Nederland ligt. Op de open dag regende het daar ook nog. Niemand kwam. Ik vond dat vooral voor Ellen heel jammer.

Tegenover de boerderij kon je bij een huis aardbeiden kopen.
Zo leek het, want de aardbeien, twee euro voor een bak, bleken al op.
Uitverkocht, zei een man die met zijn auto bezig was.

Ik ben doorgereden en zag toen rode klaprozen.

Liefde

chris
 
Ik sprak op een avond in Groningen tijdens de Nacht van de Kunst en Wetenschap. Ik deed dat in de kelder van de openbare bibliotheek. Er was aan mij gevraagd iets te vertellen over passie en misdaad. Alsof dat in het echt bestaat. Misdaad is niet romantisch. Dat heb ik dus maar verteld. 

Ik zou er geld voor krijgen, maar dat zeggen ze alleen maar om je te lokken.
Gelukkig waren er honderd luisteraars. 
Ik heb voorafgaand 1 en na afloop 13 boeken (zittingszaal 14, deel 2) weggegeven. 

Na afloop ging er een blote vrouw rond, geschoeid en met verse oesters.
De echte liefde keek vanuit de zaal toe en luisterde mee.
Het was een mooie avond.
Toen het was afgelopen zijn we samen door de nacht naar huis gefietst.

robz