De verkeersregelaar

poolse bruid

Voor mijn huis staat een man.

Hij leunt meestens sigaret rokend tegen de leuning van de brug en houdt het verkeer in de gaten. Veel valt er niet te regelen.

Achter mijn huis, in een oude boerderij, is al weken een theatervoorstelling. Locatietheater. Zo’n dertig voorstellingen, allemaal uitverkocht. Het is een groot succes. De voorstelling is indrukwekkend en zo mooi. De laatste avondkrant noteerde zelfs vijf sterren. Meer kan niet. Ik zou altijd wel zo’n voorstelling achter mijn huis willen.

De man die voor mijn huis staat maakt het allemaal mede mogelijk.

Wie een kaartje kocht, kreeg instructies hoe er te komen. Locatietheater is niet altijd op de logische plek en sowieso zelden naast de deur. In Bedum stonden borden met pijlen die in de goede richting wezen. Er zijn tot dusver geen berichten over spoorloos zoekgeraakten.

Er waren ook andere mensen. Die kochten een kaartje en wisten vervolgens beter. Deze mensen gingen niet de pijlen volgen, maar kenden een snellere weg om er te geraken. Het zijn mensen die nog denken dat sneller per definitie beter is. En dus wilden ze met hun auto over het fietspad.

Maar dan kwamen ze de man voor mijn huis tegen, de verkeersregelaar. Zijn taak is de mensen erop wijzen dat auto’s op fietspaden niets te zoeken hebben. Dat ze moeten keren, helemaal terug en dan de pijlen volgen. Of de instructies op de navigatie.

Ik vraag aan de verkeersregelaar  – ik wil hem een kop koffie aanbieden – of de mensen zijn bijdrage aan de theatervoorstelling waarderen?

Man kijkt me aan. Het hoofd even schuin, onderzoekend. Alsof hij probeert in te schatten of ik het serieus meen, mijn vraag. Zegt dan: ‘Ach, als verkeersregelaar krijg je de hele dag shit over je heen. Dat is hier niet anders.’

Zo is het dus. Wel een theatervoorstellingen op een verrassende locatie willen bezoeken, niet naast de deur, maar de mensen die het regelen de huid vol ziektes schelden… Ben je dan een hufter?

De verkeersregelaar: ‘Zo zijn de mensen…’

opposite people

Twintig muzikanten in een kleine studio en dat met dit geluid: wtf. De opname is van 2016. Opposite people  van Newen Afrobeat.

newen afrobeat

Newen Afrobeat komt uit Chili en speelt hier samen met onder anderen Seun Kuti, zoon van Fela Kuti (1938 – 1997), de Nigeriaanse muzikant en politiek activist, stichter van de afrobeat. 

fela kuti

Play it loud!

[rz]

Vandaag en morgen

Het is een alledaagse vraag.
Dus geen rare vraag.
En al helemaal  niet in vredestijd.

Zoon komt thuis, naar ik hoop van school.
Tas, jas  op de grond, koelkastinspectie.
Koekjes.

Hoi zoon.
Alles goed?
Kopjethee?
Hoe was je dag?

Het blijft even stil.
Dan:

r.z

De zin

We blijven denken dat we niet veranderen,
totdat we struikelen over de werkelijkheid.’

Dit vind ik een pracht van een zin, zij het dat wat de zin bedoelt te zeggen allerminst aangenaam is  Ik vind de zin toch zo mooi omdat-ie op het eerste gezicht zo achteloos is. Totdat we struikelen. Vanaf daar gaat het mis. Dan blijkt dat we wel degelijk veranderen, maar dat we het niet hadden zien aankomen. En dan is het drama daar en zitten we met gebakken peren.

De zin is van Henk Blanken en staat in een van zijn treffende verhalen

Lucht

grote haver, onderdendam – ochtend
reitdiep, groningen, avond

Terwijl de mens zijn leven leeft

altijd tastende in het duister

zijn er luchten 

Berlin

Ik maakte deze foto op 3 augustus 2014, om 13.12 uur.

Tegenwoordig kun je dat zien op foto’s.
Het was in Berlijn, bij de East Side Gallery dat toen een vervallen indruk maakte.
Ik weet niet hoe het daar nu is.

Hoe ook, de tekst is een rake.
Ik hou van rake teksten.

Deze tekst schiet sinds het moment dat ik de foto maakte zo nu en dan door mijn hoofd.
Soms ook vergeet ik de tekst, dan moet ik weer even naar deze foto kijken, van hoe ook alweer.
En als ik dan kijk, dan is het altijd van o ja, rake tekst.

Ik hoop dat uiteindelijk de meeste mensen dat ook vinden.

Rob Zijlstra

De telefoon

Nieuw schooljaar.
In de prullenbak op de gezamenlijke werkkamer ligt open en bloot de afgedankte schoolagenda.
Van zoonlief, 15 jaar.
Mijn oog valt op een van de eerste pagina’s, pagina ‘persoonlijk’.
Naam, adres, postcode en woonplaats zijn keurig en zoals bedoeld ingevuld.
Regel vijf vraagt:‘Telefoon:’
Er staat: ‘iPhone S5’.

Een telefoon is al lang geen nummer meer.
De telefoon is een type geworden.

r.z.

Wad – en flubbetjes

Reis

Waddenlucht.
Luchtenlicht.

fragment

Het bovenstaande is een fragment van een foto die is gemaakt in de Dollard.
Een onderdeel van het Wad.
De hele foto staat in het boek Wad.
Het is foto 107.

Achterin dit boek staat:

Ieder etmaal opnieuw
wist ze haar sporen
en start een nieuw begin.

 

 

De onderstaande foto’s maakte robz

haven lauwersoog

Sporen wissen en telkens opnieuw beginnen.
Voorzover wij weten (we weten over alles nog niet zo veel) is het zonder doel, zonder reden, zonder iets of wat.

Zinloze zee, maar wat ben je mooi.

Het boek is pas verschenen en is gemaakt door mannen die een film hebben gemaakt over de zee die tweemaal per dag land wordt.
De foto’s in het boek noemen ze een ode aan het Wad.

Er zijn veel ode’s aan het Wad gebracht.

oesters, engelsmanplaat

Ik was eens bij een mooi optreden van saxofonist Hans Dulfer die op de Waddendijk bij Westernieland speelde met Jan Kuiper en zijn Jungle Warriors. Dulfer besteeg toeterend de zeekering en zette, eenmaal helemaal boven, de koperen toeter op zijn neus (ik heb er een foto van maar die kan ik nu niet zo snel vinden).
Het was een memorabel gelegenheidsoptreden: Wadapatja.

Wad is niet alleen een mooi plaatjesboek.
Er staan lelijke foto’s in van enge zeehonden.
Foto’s vol rimpels en enge koppen.

Maar ook van veel licht en lucht.
Want wat ook, ’t Wad is licht en lucht
Waddenlucht. Waddenlicht.

Ik ben op het Wad, met  klipper Najade van Janet en Hans. We zijn drooggevallen bij de Engelsmanplaat Op de bodem van de zee vertelt Barbera over de oesters. Zij weet alles.

Dat oesters beestjes zijn.
Maar geen zenuwstelsel hebben en ook geen hersenen.
Dus ook geen stress, geen politieke voorkeur, geen gedoe.
Oesters kennen geen angst. Pak je ze op, raap je een oester, dan is dat zo makkelijk als wat. Een oester gaat er niet vandoor.

oesters op de bodem

Een oester is een beestje, maar wel een ontzettend lui beestje.
Doet niks. Vreet zich heel de dag vol met plankton waar het waddenwater mee vergeven is. Was een oester een plantje dan deed ‘ie aan fotosynthese, maar aan een oester is dat net besteed.

Barbera zei ook dat oesters ondanks een gebrek aan hersenen wel intelligent zijn. Een oester past zich aan aan zijn omgeving. Organismen die zich aanpassen aan hun omgeving moeten toch wel in het bezit zijn van enige vorm van intelligentie. Ze maken , na afwegingen, keuzes.

Barbera noemt oesters – dus dat wat je eet – flubbetjes.

eb maakt plaats voor vloed

Die moet je eten, niet opslobberen met dat zeewater erin.  Nee, pak het flubbetje met je vingers bij de lurven en  hap het als een haring naar binnen.
Sluit dan de  ogen en denk even aan niks.

De oester kan geen kant op als de mens een flubbetje wil.