Vandaag en morgen

Het is een alledaagse vraag.
Dus geen rare vraag.
En al helemaal  niet in vredestijd.

Zoon komt thuis, naar ik hoop van school.
Tas, jas  op de grond, koelkastinspectie.
Koekjes.

Hoi zoon.
Alles goed?
Kopjethee?
Hoe was je dag?

Het blijft even stil.
Dan:

r.z

De zin

 

 

‘We blijven denken dat we niet veranderen,
totdat we struikelen over de werkelijkheid.’


 

 

 

Dit zijn twee zinnen die ik mooi vind.
Het zijn om zo te zeggen mooie zinnen.

Er is wel een verschil tussen die twee.
De eerste zin is vrij.
De tweede lijkt lichter, maar is opgesloten in een kader.

Ik denk dat de bovenste zin daarom meer waar is.
We zouden het willen, maar veranderingen zijn niet te vangen.

Dat is wat de zin zegt.

rob zijlstra

de zin is geschreven
door mijn collega
Henk Blanken
en staat in
een van zijn mooie verhalen 

 

 

 

Lucht

grote haver, onderdendam – ochtend
reitdiep, groningen, avond

Terwijl de mens zijn leven leeft

altijd tastende in het duister

zijn er luchten 

Berlin

Ik maakte deze foto op 3 augustus 2014, om 13.12 uur.

Tegenwoordig kun je dat zien op foto’s.
Het was in Berlijn, bij de East Side Gallery dat toen een vervallen indruk maakte.
Ik weet niet hoe het daar nu is.

Hoe ook, de tekst is een rake.
Ik hou van rake teksten.

Deze tekst schiet sinds het moment dat ik de foto maakte zo nu en dan door mijn hoofd.
Soms ook vergeet ik de tekst, dan moet ik weer even naar deze foto kijken, van hoe ook alweer.
En als ik dan kijk, dan is het altijd van o ja, rake tekst.

Ik hoop dat uiteindelijk de meeste mensen dat ook vinden.

Rob Zijlstra

De telefoon

Nieuw schooljaar.
In de prullenbak op de gezamenlijke werkkamer ligt open en bloot de afgedankte schoolagenda.
Van zoonlief, 15 jaar.
Mijn oog valt op een van de eerste pagina’s, pagina ‘persoonlijk’.
Naam, adres, postcode en woonplaats zijn keurig en zoals bedoeld ingevuld.
Regel vijf vraagt:‘Telefoon:’
Er staat: ‘iPhone S5’.

Een telefoon is al lang geen nummer meer.
De telefoon is een type geworden.

r.z.

Wad – en flubbetjes

Reis

Waddenlucht.
Luchtenlicht.

fragment

Het bovenstaande is een fragment van een foto die is gemaakt in de Dollard.
Een onderdeel van het Wad.
De hele foto staat in het boek Wad.
Het is foto 107.

Achterin dit boek staat:

Ieder etmaal opnieuw
wist ze haar sporen
en start een nieuw begin.

 

 

De onderstaande foto’s maakte robz

haven lauwersoog

Sporen wissen en telkens opnieuw beginnen.
Voorzover wij weten (we weten over alles nog niet zo veel) is het zonder doel, zonder reden, zonder iets of wat.

Zinloze zee, maar wat ben je mooi.

Het boek is pas verschenen en is gemaakt door mannen die een film hebben gemaakt over de zee die tweemaal per dag land wordt.
De foto’s in het boek noemen ze een ode aan het Wad.

Er zijn veel ode’s aan het Wad gebracht.

oesters, engelsmanplaat

Ik was eens bij een mooi optreden van saxofonist Hans Dulfer die op de Waddendijk bij Westernieland speelde met Jan Kuiper en zijn Jungle Warriors. Dulfer besteeg toeterend de zeekering en zette, eenmaal helemaal boven, de koperen toeter op zijn neus (ik heb er een foto van maar die kan ik nu niet zo snel vinden).
Het was een memorabel gelegenheidsoptreden: Wadapatja.

Wad is niet alleen een mooi plaatjesboek.
Er staan lelijke foto’s in van enge zeehonden.
Foto’s vol rimpels en enge koppen.

Maar ook van veel licht en lucht.
Want wat ook, ’t Wad is licht en lucht
Waddenlucht. Waddenlicht.

Ik ben op het Wad, met  klipper Najade van Janet en Hans. We zijn drooggevallen bij de Engelsmanplaat Op de bodem van de zee vertelt Barbera over de oesters. Zij weet alles.

Dat oesters beestjes zijn.
Maar geen zenuwstelsel hebben en ook geen hersenen.
Dus ook geen stress, geen politieke voorkeur, geen gedoe.
Oesters kennen geen angst. Pak je ze op, raap je een oester, dan is dat zo makkelijk als wat. Een oester gaat er niet vandoor.

oesters op de bodem

Een oester is een beestje, maar wel een ontzettend lui beestje.
Doet niks. Vreet zich heel de dag vol met plankton waar het waddenwater mee vergeven is. Was een oester een plantje dan deed ‘ie aan fotosynthese, maar aan een oester is dat net besteed.

Barbera zei ook dat oesters ondanks een gebrek aan hersenen wel intelligent zijn. Een oester past zich aan aan zijn omgeving. Organismen die zich aanpassen aan hun omgeving moeten toch wel in het bezit zijn van enige vorm van intelligentie. Ze maken , na afwegingen, keuzes.

Barbera noemt oesters – dus dat wat je eet – flubbetjes.

eb maakt plaats voor vloed

Die moet je eten, niet opslobberen met dat zeewater erin.  Nee, pak het flubbetje met je vingers bij de lurven en  hap het als een haring naar binnen.
Sluit dan de  ogen en denk even aan niks.

De oester kan geen kant op als de mens een flubbetje wil.

 

Schapen

Ik las geen schrijver die de zinderende hitte zo ijzingwekkend heeft beschreven als Jesus Carrasco deed in 2013 in zijn debuutroman De Vlucht.
Waar blijft toch zijn derde boek?

Ik moest denken aan deze Carrasco toen ik afgelopen warme weken door de Raken fietste, via Garnwerd over de Wierumerschouwsterweg, over de kronkelpaden ter rechteroever van het Reitdiep, richting de sluizen van Dorkwerd en dan verder langs de berenklauwen, via Zernike, de mooiste weg om in de de stad van beton te geraken.

Dan ’s middags ook weer terug.

Ik zag onderwijl voortdurend wollige schapen staan zuchten, in dorre weilanden zonder greintje schaduw.
Ik benijdde die schapen niet.
Ze stonden – anders dan anders in het Groninger landschap – in groepjes bijeen.
Naast elkaar – solidair – om toch een beetje schaduw te creëren.

Dat was wat ik zag,
Vanochtend zei ik tegen een paar schapen (plechtig, ik stapte van de fiets): beste schapen, morgen gaat het keihard regenen.
Ik dacht: dat vinden ze vast goed nieuws.

Maar de schapen keken me aan.

robz

De verte

In de verte, zover ik ver kan kijken, zie ik niks, niks meer bewegen, terwijl ik natuurlijk ook wel weet dat daar van alles aan de hand is.
Daar in de verte is de zee vol water.
Daar bewegen de golven.
Er varen misschien een paar mensen.
Vissen zwemmen er sowieso.

Dan weer is de zee voor even leeg.
Is al het water weg.

Er loopt wel altijd een slootje naar de verte van de zee.
Op de foto loopt het slootje links.
In het echt is het anders, in het echt is het maar hoe je het bekijkt.

Dat geldt niet voor de verte.
De verte is, voor zover ik kan kijken,  altijd.

rob zijlstra

Maarten

Veeg mijn schouder bloot.
Veeg mijn schouder bloot.

Zo af en toe is het raak.
Dan heb je ineens een paar woorden te pakken
En dan zomaar een zin.

Gevoel van, je ziet iets, een rode klapbloem in een berm vol groen. Een maf spel van lijnen in de verte van een landschap. Een been in een blote schoen met een tatoeage die kronkelend omhoog klimt.

Of het bordje verboden toegang, artikel 461, voor onbevoegden, midden in een weiland met koeien. Een lucht vol te gekke wolken.

En dat je je dan afvraagt, kan iets mooier zijn, mooier zijn dan mooi?

Zaterdagmiddag reed ik.
Op de radio ging het over taal.
Ergens zat een Maaike in de studio die levenslustige antwoorden gaf op vragen die de radioman haar stelde.
Ik dacht toen ik hoorde, wat een leuke vrouw is dat.

Ik reed voor een nieuw slot voor de wc-deur, het hengsel hangt te slap, afwijkende maat.
Ik naar de Formido en toen hoorde ik het.
Op de parkeerplaats bleef ik luisteren.
Luisteren naar een aanwijzing.

Geduldige minuten.
Ruim beloond.

Ze heet Maaike Ouboter.
Gekke achternaam, neemt niet weg.
Maaike Ouboter is artiest, is muzikant, ze zingt, haar stem, haar woorden, haar ding, haar ideeën, haar taal, ze raakt, ze maakt, zo prachtig, zo mooi.

Twee cd’s bestaan er. Ik bestelde eergisteren, vandaag al een fijn bezit.

Wat ik eigenlijk wil zeggen, zoek haar even op.
Maaike Ouboter.
Google of Spotify.
En geef jezelf dan een cadeau, een cd, vol met woorden die zomaar een mooie zin vormen.

Veeg mijn schouder bloot.
Zeg niet dat iedereen wel eens alleen is.

Ik omhels je.
Ik blijf voor altijd fan.

Rob Z.

Even pauze…

Ik maakte deze foto stiekem.
Dat is ook omdat ik niet mag fotograferen in de rechtbank.
Dat mag zonder toestemming niemand niet.

Toch doe ik het.
Soms

Deze foto maakte ik tijdens een schorsing van een pro forma-zitting.
Pro forma is niet inhoudelijk, maar ter voorbereiding.
Bij een schorsing moet iedereen de rechtszaal voor even verlaten en moeten we wachten.

De verdachten zijn mannen van No Surrender.
De mannen van – zeg maar – de opgevoerde brommers.
De verdenking is afpersing, met bruut geweld.

Het is even pauze.

De politieman – parketwachter – leunt over de reling.
De kans dat hij in de rechtszaal in actie moet komen, is nihil.
Er gebeurt bijna nooit wat.

De verdachte man, de vermeende crimineel. leunt op de foto ook, hij over de balie.
Wat ze gemeen hebben is het wachten.
Verder niets.

rob zijlstra